Premium

De beste schafeltennisser van Nederland

Elke week gaan we op bezoek bij één van de vele winnaars die Nederland rijk is. Deze week Midas Ratsma, de beste schafeltennisser van Nederland.
Midas Ratsma

Het regent als ik het sportterrein van de universiteit van Utrecht betreed. Om me heen lopen studenten, soms in trainingspak, soms in een jasje van hun studie- of studentenvereniging, van en naar de sporthal waar ook ik naar onderweg ben. Maar ik ben niet op weg naar een potje zaalvoetbal, of naar een handbal- of basketbaltraining, ik ben op weg naar Midas Ratsma, de beste schafeltennisser van Nederland.

In Nederland zijn er vele sporten die niet echt boven komen drijven als we op zondagavond met het bord op schoot onze tv aanzetten, maar van schafeltennis had ik écht nog nooit gehoord. Als ik het opzoek op internet blijkt het een combinatie te zijn van schaken en tafeltennis. De bijgeleverde foto’s zijn veelbelovend. Ik ben benieuwd wat voor persoon Midas is. Of hij het voorkomen heeft van een atleet of van een echte denksporter. Of misschien wel allebei. Voor nu ben ik vooral gewoon een beetje in de war.

Als ik de sporthal binnenstap, en de kantine in loop, komt Midas meteen naar me toe en begroet me. Hij heeft vanavond nog een schafeltennistraining, dus het kwam eigenlijk wel goed uit dat we hier in ‘zijn’ sporthal afspreken. We gaan zitten aan een tafeltje. Midas drinkt koffie, ik een Spa rood.

Hé, maar jij bent dus de beste schafeltennisser van Nederland?

‘Nou ja, oké, als je het zo formuleert is het wel heel definitief natuurlijk, maar ja: ik heb wel het laatste grote toernooi gewonnen. Bij het NK was ik tweede. In elk geval een van de beste, laten we het daar voor de zekerheid maar op houden.

Vooruit dan. Maar goed: schafeltennis. Ik denk niet dat ik de enige in Nederland ben die daar nog nooit van gehoord heeft, toch? Maar het is dus schaken én tafeltennissen. En gaat dat dan tegelijk? Kán dat überhaupt? Wat ís het?

Midas Ratsma (1995) is de beste schafeltennisser van Nederland. Ambitie: jarenlang de beste blijven.

Twee-eenheid

Midas begint een beetje schuldbewust te lachen en neemt een slokje van zijn koffie. Heel even denkt hij na, dan schraapt hij zijn keel een keer. ‘Kijk, het is een combinatie van snelschaken en tafeltennis. Het is eigenlijk ontwikkeld omdat er heel veel mensen zijn die én schaken én tafeltennissen.’

Pardon?

‘Hoe bedoel je?’

Nou, je vertelt het in een bijzin, maar schaken en tafeltennis is dus een soort twee-eenheid?

‘Oh, dat? Ja, dat is een hele bekende combinatie, hoor.’

Maar dit is toch een superspecifieke combinatie van zaken die op het eerste gezicht helemaal niets met elkaar gemeen hebben?

‘Ja, specifiek is het wel, maar ik denk dat beide hobby’s wel met elkaar overeenkomen, omdat ze toch elkaar aantrekken.’

We hebben het over schaken en over tafeltennis. Waar zit die overeenkomst dan?

‘Een derde van mijn studententafeltennisvereniging schaakt. Dat is zo’n groot aantal, dat kan geen toeval zijn.’

Nee vooruit, dat snap ik. Maar wat is die overeenkomst dan? Waar raken schaken en tafeltennis elkaar?

‘Ik denk dat bij allebei strategie en concentratie heel erg belangrijk zijn. Zeker bij tafeltennis, in vergelijking met andere sporten, zijn kleine marges heel belangrijk. Het scheelt gewoon heel weinig of een balletje raakt het net of de rand van de tafel. En bij schaken is ook elke zet heel belangrijk. Bij allebei moet je echt strategisch opereren.’

Tafeltennis is dus eigenlijk de denksport onder de fysieke sporten?

‘Het is natuurlijk nog steeds een fysieke sport, maar je moet het tactische element gewoon niet onderschatten.’

En hoe ben jij hier dan in verzeild geraakt?

‘Ik schaak al sinds mijn zevende. Veel toernooien in het buitenland gespeeld ook. Ik ben ook FIDE-meester geworden in het schaken. Op mijn zestiende ben ik pas begonnen met competitietafeltennis. Toen kwam ik erachter dat schafeltennis bestond, dus toen dacht ik natuurlijk: hier moet ik zéker aan meedoen.’

Maar hoe kom je daar dan achter?

‘Het wordt zowel in de schaakwereld als in de tafeltenniswereld heel goed gepromoot. Organisatoren doen daar goed hun best op, om de sport groter te maken.’

Het is concentratie, wilskracht, hard werken, alles eigenlijk

Veertig mensen

Maar vooruit: jij ging aan toernooien meedoen en toen bleek je direct een natuurtalent te zijn?

‘Het is niet alleen talent, het is ook hard werken. Ik heb in mijn leven vooral voor schaken heel hard getraind. Ook voor tafeltennis wel echt mijn best gedaan, hoor. Maar het is echt niet alleen talent. Het is ook concentratie, wilskracht, hard werken, alles, eigenlijk.’

Hoe groot is de Nederlandse schafeltenniswereld?

‘Er doen aan schafeltennistoernooien zeker wel veertig mensen mee, die hebben beide sporten aardig onder de knie.’

En merk je dan dat mensen het één beter kunnen dan het ander?

‘Je speelt eigenlijk twee snelschaakpotjes voor twee punten per keer. En daarna speel je tegen diezelfde speler vier tafeltennisgames, en die tellen dan per game voor één punt. Je kunt in beide sporten vier punten halen. Je merkt dan toch dat mensen wel beter zijn in een van de twee.’

En jij? Heb jij het gevoel dat het komt doordat je zo’n goede schaker bent, pak je daar je punten? Of moet je echt meer de Rintje Ritsma van het Nederlandse schafeltennis zijn om écht goed te worden? Dat je het zeg maar allebei kunt.

‘Ik pak de meeste punten met schaken, maar ik ben met tafeltennis ook wel zo goed dat ik daar ook meestal wel wat punten kan pakken. Ook tegen goede tafeltennissers kan ik altijd nog wel een of twee games pakken om uiteindelijk toch kampioen te worden.’

En dan ben je kampioen. En wat gaat er nu gebeuren? Een EK of WK schafeltennis? Olympisch schafeltennis? 

‘Het NK meerdere jaren blijven winnen. Jarenlang de beste blijven, dat wil ik eigenlijk wel.’

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws