'Na 25 jaar op een dodenlijst wen je eraan dat ze je te grazen kunnen nemen'

Voor zijn film Foute Vrienden volgde Roy Dames vier bloedgabbers uit de Amsterdamse penoze. Een kijkje achter de schermen van het langverwachte vervolg: 25 Jaar Foute Vrienden, starring Verbrande Herman, Dikke Bobbie, Rooie Jos en Jantje van Amsterdam.
Verbrande Herman

We staan op een afgelegen pompstation langs de provinciale weg bij Monnickendam, een vissersdorpje ten noorden van Amsterdam-Oost, waar filmmaker Roy Dames (66) exact 25 jaar geleden de louche levens van bloedgabbers Verbrande Herman, Dikke Bobbie, Rooie Jos en Jantje van Amsterdam begon te filmen.

Uit de auto van Roy stapt Herman, met in zijn rechterhand een grote bus Camel-tabak. ‘Geef mij eens een peukie,’ begroet hij onze fotograaf op Amsterdamse wijze. Ook vandaag heeft Roy zijn camera meegenomen, want zelfs een kwart eeuw na zijn eerste opnames blijft hij de merkwaardige levensloop van de Amsterdamse penozetypes gewoon vastleggen.

‘Ik kan niet stoppen,’ erkent de regisseur uit Beverwijk. ‘Ik raak nog steeds door deze jongens gefascineerd. Maar ik ben ook niet iemand die in een dikke bak komt aanzetten, mensen een poosje gaat filmen en na een paar weken of maanden weer wegrijdt, zo van bedankt hè! Als ik een film maak, moet ik er echt in opgaan.’ Verbrande Herman knikt goedkeurend. ‘Ik weet niet beter, hij is er altijd bij geweest. Door dik en dun, want hij heeft me tig keer uit de stront geholpen.’

De man die in zijn jonge jaren zijn bijnaam verdiende door zelf te verbranden toen hij twee bejaarden uit een brandend pand redde, is vandaag voor de zoveelste keer op pad voor opnames van het langverwachte vervolg op Foute Vrienden, de aangrijpende documentaire die in 2010 het levenslicht zag. ‘Na het uitbrengen van die film ben ik gewoon doorgegaan ze te filmen,’ zegt Roy met een glimlach. ‘Het nieuwe deel wil ik over een jaar of twee uitbrengen en moet echt alles gaan overtreffen. Het wordt mijn levenswerk, want ik film deze gasten nou al 25 jaar, waarvan het grootste gedeelte onbetaald.’

Vanochtend heeft de filmmaker Herman opgepikt in the middle of nowhere, en daar brengt hij hem vanavond ook weer terug. Want Herman leeft zijn leven nog altijd op de vlucht, net als aan het einde van de film negen jaar geleden. ‘Na de film heb ik wederom overal en nergens gezeten. In Rotterdam runde ik een poosje een goedlopende kringloopwinkel, maar die ging ook naar de haaien. Ik kom net terug uit Spanje, daar heb ik zes maanden gezeten. Dat is klote, want ik had het helemaal niet verkeerd daaro. Door die vrieskou van hiero zit ik nu met allemaal gesprongen leidingen, tyfuszooi.’

Inmiddels staat Verbrande Herman al 25 jaar op een dodenlijst, nadat hij zijn goedlopende parenclub werd uitgezet en vanwege torenhoge schulden in het criminele circuit terechtkwam. De stressvolle nasleep die volgde, heeft zijn tol geëist. Verbrande Herman is allang niet meer die energieke moeimaker die zich onsterfelijk maakte met zijn vele uitbarstingen, met name die waarin hij een pedofiel op klaarlichte dag neermept voor de deur van het Leger des Heils. Het leverde hem een boete van 3000 euro en een dag op het bureau op, maar dat kan hem nog steeds ‘geen reet’ schelen.

Herman: ‘Het was heerlijk om hem te slaan. Na iedere klap ging er een siddering van genot door m’n lijf.’ De ras-Amsterdammer is heden ten dage grijs, doorleefd en moe. ‘Van constant achteromkijken word je gauw oud,’ vat hij zijn toestand samen. ‘Maar achteromkijken doe ik niet meer. Na 25 jaar op een dooienlijst wen je d’r an dat ze je elk moment te grazen kunnen nemen.’ Toch komt hij nauwelijks in zijn oude stad en geboorteplaats.

Begin dit jaar gaven Roy en de vrienden een feestje in het Volkshotel in Amsterdam-Oost, om de succesvolle crowdfund-actie die de productie van het vervolg op Foute Vrienden mogelijk maakt samen te vieren. Ook met Herman, die zich voor het eerst in lange tijd weer vertoonde in de stad waaruit hij in 1995 vluchtte om niet geliquideerd te worden. ‘Heel prettig voelde ik me die avond niet,’ stelt hij. ‘Als ze me willen pakken, kan ik geen betere plek bedenken dan het Volkshotel. Op een gegeven moment nam ik maar een drankje en liet ik het van me afglijden. Ik ben straalbezopen geworden, kan me geen reet meer herinneren van die avond. Het was retegezellig.’

Lees het hele artikel in Nieuwe Revu 10 of op Blendle.