Premium

De man die bier en hummus of hoemoes stal

Ze halen zelden de krantenkoppen, maar ook huis-tuin-en-keukencriminelen worden door de rechter ter verantwoording geroepen. In Het Beklaagdenbankje uw wekelijkse portie winkeldiefstal, huiselijk geweld en ander klein leed.
Het beklaagdenbankje

Deze week: een winkeldief die een baantje als paprikaplukker regelde.

De ochtend begint op zijn eind te lopen en de rechtszaal wacht in spanning op de 34-jarige meneer D., die vandaag terechtstaat omdat hij een aantal goederen gestolen zou hebben bij de Jumbo. Daarnaast kan het ook zo zijn dat de voorwaardelijke straf die hij nog boven zijn hoofd heeft hangen, tenuitvoer gelegd wordt.

Voordat D. binnen komt lopen, behandelt de rechter nog wat vragen over de vorige zaak, die wat enthousiaste toeschouwers aan hem stellen. De bode loopt in en uit, om én de zaal in de gaten te houden, én in de gangen op te letten of er zich nog nieuwe beklaagden hebben gemeld in de fabriek van Vrouwe Justitia.

Dan komt meneer D. aangelopen met zijn advocaat. D. is een magere man met lange haren, in een knotje samengebonden op de achterkant van zijn hoofd. Als hij de zaal binnenstapt, kijkt hij schichtig om zich heen. Misschien een beetje bangig, misschien een beetje argwanend en op zijn hoede, maar het resultaat is hetzelfde: met zijn smalle gebogen schouders en zijn ietwat gekromde rug schuifelt hij, om zich heen loerend, in de richting van het beklaagdenbankje.

Franziskaner

‘Goed, meneer D.,’ begint de rechter zo vriendelijk als hij kan, om hem een beetje op zijn gemak te stellen. ‘U bent vandaag verdachte in deze strafzaak, dat wil zeggen dat u niet hóeft te praten, maar dat u wel heel goed op moet letten.'

Meneer D. knikt zwijgend en probeert zo rechtop mogelijk te gaan zitten.

‘U had een stuk of tien artikelen gestolen bij de Jumbo, toch? En ik zie dat u dat eigenlijk ook al bekend had aan de politie. Als ik dan op die lijst kijk, dan zie ik een aantal levensmiddelen, even kijken, ja, hier, hummus, of hoemoes, of zo.’

Meneer D. knikt voorzichtig.

‘Aha, kijk aan,’ gaat de rechter verder. ‘Want u had aangegeven, lees ik, dat u die artikelen eigenlijk stal omdat u niet anders kon, toch?’

'Om een winkelmandje ging het. U gaf aan dat u geen geld had om eten te kopen, en dat was dan ook de reden dat u deze spullen had weggenomen. En alcoholische dranken? Ik kon in het lijstje in het dossier niet echt achterhalen wat dat was. Er stonden een paar termen die ik niet zo goed kon thuisbrengen.’

Dan bemoeit D.’s advocaat zich ermee. ‘Franziskaner blik,’ verduidelijkt hij het lijstje aan de rechter.

‘Franziskaner blik? O ja. En dat is? Bier?’

D. knikt een keer voorzichtig, en laat zijn hoofd een beetje hangen.

‘Ja,’ mompelt de advocaat.

‘En Pitt blik, wat is dat?’

‘Ook bier,’ bromt de advocaat ongeduldig.

U bent niet iemand die een hoop alcohol steelt om vervolgens te zeggen dat hij honger had

Paprika’s plukken

Ook de rest van het lijstje komt toch nog maar een keer voorbij. Wat desserts, wat vleeswaren. Filet americain, crackers. De rechter kijkt meneer D. een keer begripvol aan.

‘Ja,’ besluit hij dan. ‘Ja, dat past ook wel bij iemand die gewoon wil eten. U bent niet iemand die een hoop alcohol steelt om vervolgens te zeggen dat hij honger had.’

Meneer D. bleek die dag bij een vriend op bezoek te zijn in Brabant, maar eigenlijk in een kamer in Den Haag te wonen. Als de rechter hem vraagt of hij geen andere manieren weet om zichzelf in zijn levensonderhoud te voorzien, gaat D. rechtop zitten.

‘Jazeker,’ antwoordt hij trots. ‘Ja, werken, en dat doe ik nu dus ook. In een kas, vanaf morgen, ik ga paprika’s plukken. For the time being is dat goed.’

‘En hoelang gaat dat nog duren?’

‘Morgen kan ik aan de slag. Ik wil het minimaal drie maanden volhouden.’

De rechter knikt goedkeurend, alsof hij zich vaderlijk ontfermt over het wel en wee van de paprikaplukkerij van de beklaagde die voor hem zit. D. zelf gaat eindelijk een beetje ontspannen achterover zitten. ‘Zijn er verder nog dingen die we moeten bespreken? O ja, u heeft natuurlijk nog een voorwaardelijke straf op de lat staan. Dus u wist, toen u ging stelen, dat er extra gevolgen zouden zijn. Toch was de drang te groot, of wat?’

‘Ja. Ehh, ja, ja, eigenlijk wel ja.’

Open proceshouding

De rechter bladert twijfelend door zijn dossier en vraagt zich af wat hij met meneer D. aan moet: aan de ene kant wil hij D.’s reïntegratie niet doorkruisen, maar toch moet er wat tegenover staan: winkeldiefstallen zijn volgens de rechter vervelende delicten, waarvoor de hele maatschappij opdraait.

Aan de andere kant heeft meneer D. al tien dagen vastgezeten voor dit misdrijf en blijkt er ook nogal wat alcoholproblematiek in het spel te zijn. ‘Ja,’ mompelt D. zachtjes. ‘Maar de verslavingskliniek is dus ook al in werking.’

De rechter knikt en glimlacht zo opbeurend mogelijk. Dan is het woord aan de officier van justitie. Die schraapt haar keel en begint haar betoog. ‘Ja, meneer de rechter, we kunnen volgens mij kort zijn in deze zaak: er is een aangifte en een bekennende verdachte. De vraag is dan natuurlijk alleen: wat voor straf moet er gaan komen?’

De officier van justitie overpeinst dat ze goed geluisterd heeft naar de verdachte en naar wat hij vandaag gezegd heeft. Dat ze het idee heeft dat meneer D. heel goed weet dat stelen verboden is, maar dat hij desondanks toch al een aantal keer de mist in gegaan is. Toch wil ze rekening houden met D.’s persoonlijke omstandigheden, en erkent ze dat de pasverworven zekerheden in de vorm van werk en een traject in een kliniek ook meegewogen moeten worden. Ze eist, vanwege een open proceshouding en een voorzichtige betering van het leven, een tiendaagse gevangenisstraf – met aftrek van de tien dagen die hij al gezeten heeft. ‘Ja,’ voegt de advocaat van meneer D. daaraan toe. ‘Daar ben ik het wel mee eens.’

De rechter knikt. Zo zal geschieden. Meneer D. kan morgen gewoon naar de paprikaplantage. 

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws